Hoe dichtbij mag je komen?

Een tijdje terug was ik in een winkel. De verkoper legde me heel vriendelijk de voordelen uit van product A ten opzichte van product B. Omdat het niet ging om een zak aardappelen, wilde ik wel graag horen wat die voordelen waren. De verkoper had zo zijn eigen motieven.

De man kwam echter steeds dichterbij staan, waardoor ik iedere keer een stapje achteruit ging. Blijkbaar had hij niet door dat ik me niet prettig voelde bij deze invasie in mijn ‘personal space’. Want zo voelde het voor mij.

Ieder mens heeft een ruimte om zich heen, waarbinnen vreemden niet direct welkom zijn. Het is als een grote luchtbel rondom de persoon. Die ruimte is niet voor iedereen hetzelfde. De normering voor hoe groot die ruimte is, verschilt per cultuur en zelfs per individu. In Nederland voelen we ons over het algemeen comfortabel wanneer de persoonlijke ruimte ongeveer één armlengte is (rondom ons lichaam). Wanneer iemand te ver weg staat, dan doen we een stapje naar voren. Staat iemand juist te dichtbij naar onze mening, dan doen we een stapje terug.

Hoeveel afstand we in welke situatie bewaren tot de gesprekspartner, heeft sterk te maken met de cultuur waarin we zijn opgevoed. Het gebruik van de juiste afstand is dan ook aan heel wat – ongeschreven – sociale en culturele regels gebonden. Alle mensen hebben behoefte aan persoonlijke ruimte rond het eigen lichaam, behoefte aan een territorium. Wie daar ongevraagd binnenkomt, kan rekenen op een afwerende of nijdige reactie. Ongevraagd binnendringen heeft daarom bijna altijd een negatieve invloed op de communicatie.

De notie ‘persoonlijke ruimte’ werd door cultureel antropoloog  Edward T. Hall (1966) geïntroduceerd. Volgens hem kun je de ruimte om je heen verdelen in vier zones. Van binnen naar buiten gaat het dan achtereenvolgens om:

  • de intieme zone (0-45 cm)
  • de persoonlijke zone (45-120 cm)
  • de sociale zone (120-360 cm)
  • de publieke zone (360-750 cm of meer)

De afstand die we bewaren ten opzichte van de mensen met wie we communiceren, zegt niet alleen iets over de relatie die we met hen hebben, maar ook over het contact dat we op dat moment wensen te hebben. Die afstand wordt steeds aangepast aan de situatie waarin we verkeren en de mate waarin we ons vertrouwd voelen.

Ook psychologische afstand
Bovenstaande gaat over fysieke afstand, die letterlijk ‘te meten’ is. Maar het geldt ook voor een meer psychologische afstand. Roos Vonk schrijft in haar boek ‘Menselijke gebreken voor gevorderden’ (2011) – een echte aanrader, trouwens – dat zij in een gesprek afknapte omdat haar gesprekspartner te veel persoonlijke vragen stelde, haar steeds indringend in de ogen keek en reageerde met vragen als: “Is dat belangrijk voor je?”, “Heb je dat vaker?” en haar vervolgens nog indringender in de ogen keek. Het gesprek werd er niet leuker op. Ook onze psychologische intieme zone mag dus niet overschreden worden. Het voelt als een gebrek aan respect met als gevolg weerstand.

 

Bronnen

Hall, Edward T. (1966). The Hidden Dimension. Anchor Books.

Vonk, R. (2011). Menselijke gebreken voor gevorderden. Scriptum Psychologie.

 

 

Foto credit: rawpixel

Volg me en 'like'!